Taal Taal

Nederlands [Beta] Nederlands [Beta] English [Beta] English [Beta]

Blogs Blogs

Terug

Verhaal in Hanoi

Vanuit de deuropening kijk ik de tuin in. De zon brand zonder medelijden aan de hemel. De droge grond lijkt te kraken in de hitte. In het hoge gras achterin de tuin zit een eenzame krekel. Verder is het stil. Als ik mijn ogen sluit, kan ik in de verte nog net de kleinkinderen horen spelen.
Ik draai me om en loop de voorkamer in. Voorzichtig laat ik me in mijn stoel zakken. Mijn oude botten laten het me niet meer toe om lang te staan. Sinds een paar jaar lukt het me zelfs niet meer om helemaal rechtop te staan. Ik heb mijn stok nodig om mijn evenwicht te bewaren. Het zijn de offers die men moet brengen voor een lang en bewogen leven.

Ik zet het oude radiootje aan dat naast me op de tafel staat. Het gekraak en geruis verdwijnt als ik aan de grote knop draai. Ontspannen leun ik achterover. Precies op tijd voor het journaal. De minister-president van Singapore zal vandaag arriveren en verblijf in hotel in Hanoi. Een wegwerker is omgekomen door een rotsblok dat naar beneden viel. De president van de Verenigde Staten heeft een toespraak gehouden over Syrië.

Over dat laatste heb ik al meer gelezen in de krant, die ik altijd op zaterdag koop in het dorp. De zwarte man, die al die toespraken houdt in zijn witte huis, jaagt me angst aan. Mijn handen trillen. Het brengt herinneringen naar boven. Herinneringen aan een andere, blanke man, in datzelfde grote witte huis, vele jaren geleden.

Hij praat over een land ver bij hem vandaan. Hij heeft het over nationale veiligheid. Het heeft iets te maken met een aanval met gif. Een aanval op onschuldige burgers, vrouwen en kinderen. Wat was het de vorige keer? Een aanval op één van zijn schepen? En wie gebruikte toen het gif?

Hij praat over ingrijpen. Zegt dat er consequenties moeten zijn, dat hij de grens aan moet geven, dat misdaden anders ongestraft blijven en dat anderen nog verder zullen gaan. Hij zegt dat hij de burgers wil beschermen. Ik begrijp hem niet. Van welke oorlog waren de burgers niet het slachtoffer?

Ik geloof niet langer in zijn goede bedoelingen, ze maken me razend. De vorige keer, toen waren we naïef genoeg. We geloofden dat ze ons zouden helpen. Dat ze ons zouden beschermen. Dat ze vrede zouden brengen. Ze brachten oorlog.

Uiteindelijk stuurde de man in het witte huis zijn blanke mannen naar Vietnam. De mannen, jongens waren het eigenlijk nog, kwamen. Ik zag dat ze hier niet wilden zijn. Ik zag het in hun ogen. Dat ze weg wilden. Dat ze bang waren. Net zo bang als wij. Het waren jonge, verwarde mannen, in een vreemd land, ver weg van hun moeder.

Ik sluit mijn ogen. Even ben ik weer samen met zijn zusje, onder de vloer in onze hut. Mijn dochtertje hield ik tegen mijn borst gedrukt. De dagen ervoor hadden we ze horen vechten, in het woud. Ze kwamen steeds dichterbij. Ik hield mijn adem in, probeerde geen geluid te maken.

Ik hoorde hoe ze ons dorp overhoop haalden. Hoe ze iedereen bij elkaar dreven. Ik hoorde ze schreeuwen en ik hoorde mensen huilen. Mijn ouders waren nog buiten. Ik kroop nog verder ineen. Mijn dochtertje begon te snikken. Het was niet haar bedoeling ons te verraden. Ze wist niet beter, ze was pas twee. Ik hoorde de vloer van de hut kraken, hoorde stemmen.

De soldaten die ons vonden waren anders dan de rest. Het waren geen mensen. Ik zag in hun ogen geen angst, geen ziel, helemaal niets. Ze pakten mijn dochter af en ze namen mijn zusje en mij mee achter het huis. Wat daar gebeurde wil ik me niet herinneren. Ik dacht alleen aan mijn dochter. Bad dat ze haar niets aan zouden doen. Ik liet het gebeuren.

Mijn zusje was een veel minder makkelijk slachtoffer. Zij was altijd sterker geweest dan ik. Ze vocht terug. Maar dit keer had ze haar sterke karakter beter achterwege kunnen laten. Het stond de soldaten niet aan dat ze niet meewerkte. Het krenkte hun ego.

‘Ba noi, waarom huilt u?’

Ik had mijn kleinzoon niet horen binnenkomen. Hij kijkt me bezorgd aan.

‘Herinneringen, kind. Dingen die lang geleden gebeurd zijn.’

‘Maar als het zo lang geleden is, oma, waarom huilt u dan nog steeds?’ Hij hurkt voor me op de grond en droogt met zijn zakdoek mijn tranen.

‘Omdat de geschiedenis zich herhaalt. Omdat de mensen niet leren.’

Mijn kleinzoon schud zijn hoofd. ‘U moet niet zo pessimistisch zijn, ba noi. Wat zit u weer te treuren over het verleden. Alles is nu toch veel beter dan vroeger?’

‘Daar heb je gelijk in, kind. Ik ben ook maar een oude vrouw. Ik zou inderdaad wat meer vertrouwen moeten hebben. Ik hoop dat de mensen hebben geleerd.’

‘Goed zo, oma.’ Hij klopt zachtjes op mijn knie en loopt weer naar buiten.

Ik sluit mijn ogen en luister weer naar de radio. Het nieuws is afgelopen. Er is muziek nu, met een piano en een meneer die zingt in het Engels. Het is oude muziek, van tijdens de oorlog. Het lukt me om te tekst een beetje te volgen. De Engelse meneer zingt over een wereld zonder hemel of hel, zonder landen, religie of bezittingen. Hij verbeeldt zich een wereld waar alle mensen in vrede leven. Ineens zie ik hem weer voor me. Een rond brilletje. En zijn vrouw was Japans, geloof ik. Het is een mooi liedje. Maar die wereld is slechts een droombeeld, vrees ik.

Bron: Hanoi Hotel

Volgende
Reacties